Notulen CIW-Debat
Frank Hakemulder opent het debat en geeft het woord aan Rick Dolphijn. Rick spreekt een column uit over CIW en didactiek.
CIW & Didactiek
Hij noemt het ‘nieuwe leren’, waarbij de student geacht wordt zelfstandiger te studeren en de docent een meer begeleidende rol heeft in plaats van kennisoverdracht. Rick stelt voor om dit concept niet volledig te accepteren, maar het idee erachter te gebruiken. Want betekenis schuilt in de wisselwerking tussen de student en de docent.
Daarom heeft Rick de volgende suggesties:
- De docenten moeten zich niet richten op kennisoverdracht, maar op het inspireren van de studenten.
- Er moet geen gebruik gemaakt worden van verkokerende leerboeken, maar van de originele teksten.
- Men moet zich niet richten op volledigheid, maar op meer diepgang.
- De ingangseisen moeten afgeschaft worden; de student moet zelf zijn structuur kunnen bepalen.
Het resultaat hiervan zal zijn dat de student zich serieus genomen voelt, met een kans om te excelleren. Aan de andere kant krijgt de docent meer vrijheid en kan hij lesgeven over onderwerpen die hem raken.
Frank Jansen reageert op deze column. Hij geeft aan dat kennisoverdracht wel degelijk nut heeft, net zoals oefenen en herhalen. (“oefenen, oefenen, oefenen”).
Ook het afschaffen van de instroomeisen vindt Frank een slecht idee; de verschillende niveaus en lintcursussen maken de studenten klaar voor ‘de volgende stap’.
Het gebruik van het nieuwe leren geeft ook nieuwe problemen. Er is niet genoeg tijd om de studenten de oorspronkelijk teksten te laten lezen. Waarom niet informatie erbij betrekken van mensen die deze teksten allang hebben bestudeerd?
De bedoeling is om de studenten eerst snel te laten leren en ze tot aan de grenzen van het vak te brengen. Vervolgens met een researchpaper komt het nieuwe leren. Dan zijn studenten pas in staat om onderzekerheden te onderzoeken doordat ze gedegen kennis hebben.
Kelta Meeusen reageert hier kort op: zij vindt het nieuwe leren aan het begin van de opleiding nog te vroeg. Ook heb je de inleidende vakken vaak nodig om te weten te komen wat je leuk vindt. De niveauverschillen van de cursussen roepen ook nog steeds vragen op, omdat sommige niveau 1 cursussen moeilijker lijken te zijn dan niveau 3 cursussen. Frank Kessler nuanceert dit door te stellen dat de niveaus niks zeggen over de zwaarte en/of hoogte van de cursus.
Discussie
Frank Kessler vindt het een goed idee om mensen te laten oefenen op de originele teksten. Meer dialogisch onderwijs is het belangrijkst, maar de tegenstelling die nu geschetst wordt is te zwart-wit.
Martina Roepke wil niet de kennisoverdracht uit het raam gooien, maar vindt het belangrijk dat de studenten aangeboden krijgen wat zij verdienen. Dit vraagt om flexibiliteit bij de docenten.
Verschillende studenten geven aan dat studenten uitdagen met bijvoorbeeld het aanbieden van de originele teksten een goed idee is, maar de eerstejaars moeten er wel voor klaargestoomd worden. Er wordt gesteld door An van Burik dat in de huidige situatie studenten één grote algemene kaart wordt uitgereikt waarbij ze dan zelf moeten ontdekken wat waar allemaal gebeurd. Karin van Es geeft aan dat de voorgeschiedenis en de voorkennis van de studenten nu te vaak te weinig bekend is bij de docenten en dat er daardoor in veel cursussen steeds hetzelfde wordt verteld.
CIW & Samenhang tussen de twee instituten
Tom Koole spreekt een column uit over CIW en de samenhang tussen de instituten. Hij geeft aan dat er geen samenhang is in het curriculum, maar juist in de docent. Er moet zo snel mogelijk een richting gekozen worden. Tom vindt het vreemd dat die samenhang niet geëxpliciteerd worden, de discussie moet juist opgezocht worden. We hebben een gecombineerde expertise nodig tussen taal en communicatiemiddelen als televisie en internet. Dit heeft gevolgen voor masters enz, maar de maatschappelijke behoefte hieraan is groot.
Marianne van de Boomen reageert hier op. Zij geeft aan dat de verschillende stromingen moeilijk te verenigen zijn. Op het moment vindt er een non-confrontatie plaats en wordt er nooit gediscussieerd over de verschillende stromingen en de onderlinge verschillen.
Marianne stelt voor om elke verplichte CIW cursus één confrontatieweek te geven, waarin de verschillende stromingen aan bod komen en de overeenkomsten met het andere paradigma worden benadrukt. Zo kan met kleine stapjes samenhang gemaakt worden.
Ook benadrukt Marianne dat iedereen gebruik moet maken van de verschillende communicatiekanalen (o.a. de Com’Info en de Opleidingscommissie) om zijn stem te laten horen.
Tom van de Wetering geeft aan dat er ook samenhang zou kunnen ontstaan zonder de confrontatie op te zoeken. Wat betreft onderzoeksmethode verschillen de beide departementen inderdaad (te) veel. Het onderzoeksobject komt echter wel vaak overeen. Dit enige echte bindmiddel moet dan ook slim ingezet gaan worden om samenhang tussen Taalbeheersing en Media/Representatie te bewerkstelligen. Het onderzoeksobject Nieuwe media, dat nu al bij cursussen van beide kanten bestudeerd wordt, zal volgens Tom voor CIW in Utrecht de specialiteit moeten worden.
Tom stelt voor dat in alle cursussen de nadruk gelegd gaat worden op Nieuwe media. Communicatiekundig onderzoek in cursussen naar geprinte reclamefolders zal in toenemende mate vervangen moeten worden door onderzoek naar digitale communicatie. Onderzoek naar mondelinge interactie op straat zal aangevuld of vervangen moeten worden door onderzoek naar mondelinge interactie in computergames. Onderzoek naar film en televisie zal aangevuld of vervangen moeten worden door onderzoek naar de opkomst van digitale tv en film. CIW-studenten onderzoeken hierdoor bij alle cursussen ongeveer hetzelfde, maar doen dit steeds op een andere manier. Docenten van beide departementen kunnen gemakkelijker samen gaan werken, omdat hun kennis van het onderzoeksobject in kwestie weinig van elkaar zal verschillen. Tom denkt dat de behoefte aan een in Nieuwe media gespecialiseerde opleiding voor zowel aankomend studenten als de maatschappij groot is.
Discussie
Rick Dolphijn geeft aan dat bij Inleiding CIW van volgend jaar deze confrontatie opgezocht zal worden. Martina Roepke stelt dat binnen één richting ook meerdere stromingen zijn, die richtingen zijn onderling verbonden. Frank Kessler is het met Martina eens, deze overeenkomsten moeten opgezocht worden.
Emile Wennekes vindt dat het spanningsveld tussen de verschillende richtingen juist de kracht is van de opleiding.
Tom van de Wetering stelt dat mensen nu veel te snel een route kiezen en dat ze dan ook alles van de andere richtingen al snel uitbannen. Zo is het Practicum Nieuwe Media een voorbeeld van een cursus waarin alle aspecten van CIW voorkomen. Alleen is de promotie van het practicum onvoldoende op alle CIW-studenten gericht. Reacties hierop maken duidelijk dat er misschien behoefte is aan één Practicum CIW waarin alle paradigma’s bij elkaar gebracht worden. Leo Lentz zegt dat dit misschien ook kan via een eindwerkstuk.
Tom Koole zegt dat de onderlinge communicatie verbeterd kan worden. Docenten weten nu te weinig van andere aspecten en van wat studenten eerder in hun studie hebben gedaan. Leo Lentz stelt voor om in de eerste week met de studenten en de docenten te overleggen wat al bekend is. Docenten concentreren zich nu teveel op hun eigen vakje.
Carla Heyms merkt op dat de samenhang blijkbaar wel redelijk duidelijk is bij de studenten, maar minder bij de docenten.
Stefan Kwint zegt dat de student in drie vakgebieden staat, de docent moet aan de student duidelijk laten zien welke invalshoeken er zijn.
Martina Roepke stelt voor dat iemand radicaal structuur aanbrengt in het curriculum.
An van Burik stelt voor om nog een keer samen te komen. Aangegeven wordt dat dit inderdaad wel al in de planning zit.
Frank Hakemulder bedankt de aanwezigen en beëindigt het debat.



1 comment
{16.02.08 om 18:12}
[...] Bericht van de Opleidingscommissie De notulen van het debat over CIW dat in juni plaatsvond: Notulen CIW-Debat Een discussie over het online debat: Het gevecht om de CIW-kwaliteit Een student van een andere [...]
Reageer hier