Bekijk afdrukweergave

Twee toetsen tegelijk?Tom van de Wetering

Momenteel wordt een uiterst interessante discussie over het nut van leesvragen gevoerd. Waar docenten de leesvragen als onmisbaar zien, weten studenten enkele kritische kanttekeningen te plaatsen. Het argument dat mij het meest aanspreekt is de kritiek op de precieze invulling van de leesvragen: de opdrachten zijn saai, te gemakkelijk of allesbehalve leerzaam.

De vraag is hoe docenten deze opdrachten kunnen verbeteren, waardoor ze wel leuk, uitdagend en leerzaam worden. De oplossing die ik wil aandragen is een paradigmashift naar het toetsen van meerdere competenties tegelijk. De cursussen waarin dit paradigma ter hande werd genomen hebben op mij de beste indruk gemaakt.

Het huidige toetsingsparadigma

In de cursusevaluatieformulieren wordt er altijd minimaal een vraag besteed aan de kwaliteit van de toetsing. Het antwoord op deze vragen zal waarschijnlijk helemaal niet zo negatief zijn voor CIW-cursussen. Tentamens zitten meestal goed in elkaar en de criteria voor het schrijven van een eindpaper staan goed op papier.

Het probleem ligt dan ook bij het toetsen van presentaties, leesvragen en andere ‘kleine’ opdrachten. Zowel presentaties als leesopdrachten worden veel te vaak slechts getoetst op inhoud, terwijl de vorm bij deze ‘media’ net zo belangrijk is. Wat docenten zich moeten realiseren is dat een taak waarbij de nadruk op vorm ligt, inhoudelijk eerder beter dan slechter lijkt te worden. Bij papers van 5000 woorden is dit besef wel aanwezig, getuige de uitgebreide formulering van schijven van vijf en randvoorwaarden. Het wordt tijd dat de nadruk bij kleinere opdrachten ook op vorm komt te liggen. De inhoud komt dan vanzelf.

Best practices

De volgende best practices laten dat het toetsingsparadigma in tijden van coöperatief leren, competentiegericht leren en multitasken veranderd kan en moet worden.

In de cursus Nieuwe Media in het Actuele Debat wordt de nadruk gelegd op debatteren. Onder leiding van docenten Isabella van Elferen en Thomas Poell worden studenten in tien weken opgeleid tot volwaardige debaters. Het onderwerp van het debat is elke week een kwestie uit de digitale cultuur, waar door middel van gastcolleges en teksten kennis van kan worden opgedaan. Gevolg van de opzet was dat studenten zelfs buiten de cursusstof om teksten gingen lezen, omdat iedereen graag de prijs van ‘beste debater’ in de wacht wilde slepen. De opzet van de cursusweblogs leggen het toetsingsparadigma goed bloot: studenten moesten zowel reflecteren op de inhoud van de leesstof als op de debatten zelf.

In de cursus Inleiding Mediavergelijking werd een subtiele nadruk gelegd op de vorm van leesopdrachten. Bij het lezen van de cursusomschrijving werden studenten verrast door de regel dat er elke week een betoog van precies 300 woorden ingeleverd moest worden. Argument van docent Rick Dolphijn was dat de columns of korte artikelen in wetenschappelijke tijdschriften aan dezelfde strenge regels gebonden zijn. Studenten konden zo alvast wennen aan deze praktijk en werden geacht goed na te denken over de precieze invulling van hun teksten. Gevolg: de teksten werden elke week beter en ze waren op een eerlijke en (dus) eenvoudige manier na te kijken.

Inhoud en praktijk ineen

Dit laatste voorbeeld maakt daarnaast duidelijk dat een nadruk op vorm vooral binnen CIW zeer goed te verantwoorden is. De inhoud van cursussen gaat namelijk vaak over de vorm van informatieoverdracht. Waar Rick Dolphijn impliciet zijn leerstof over ‘the medium is the message’ in praktijk brengt door zich op het medium taal te richten, kunnen andere cursussen weer andere inhoudelijke aspecten tot praktijk maken. Het hoorcollege GT Nieuwe Media van aanstaande woensdag dat over podcasting gaat, zal opgeluisterd worden met een slidecast-experiment. Frank Hakemulder legt in zijn cursus Psychologie van de Media de voor- en nadelen van empirisch onderzoek bloot door in de collegezaal psychologische experimenten uit te voeren. Daarnaast kunnen studenten natuurlijk dezelfde strategie hanteren, door de (nieuwe) media uit de leerstof zo vaak mogelijk in te zetten tijdens alledaagse bezigheden.

Wat mij betreft gaan we een toetsingssysteem hanteren waarin vorm altijd een weging van minstens 50% heeft. Mee eens?

Gerelateerde artikelen

  • Een confrontatie tussen KNG en Trans is nodig
  • De Heidag
  • Column Tom Koole (November 2006)
  • WebCT-Hacks #1: Video
  • WebCT-Hacks #4: Cijfers
  • 1 comment

    1 an
    {11.03.08 om 13:14}

    Wat mij betreft gaan we een toetsingssysteem hanteren waarin vorm altijd een weging van minstens 50% heeft. Mee eens?

    Daar ben ik het niet helemaal mee eens, ook:

    Het wordt tijd dat de nadruk bij kleinere opdrachten ook op vorm komt te liggen. De inhoud komt dan vanzelf.

    Vind ik erg kort door de bocht. Maar je hebt zeker een punt: een interessante boodschap is waardeloos als niemand ernaar wil luisteren en de strekking niet over komt. In CAD staat deze veronderstelling nog redelijk centraal, maar het komt in de meeste cursussen niet terug. Dat is zonde en zeker een gebrek in de ontwikkeling van academische vaardigheden.

    Reageer hier