Bekijk afdrukweergave

Leesvragen en aanwezigheidsplicht: weg ermee?Ruud van der Linden

In vergelijking met vorig jaar lijkt het aantal cursussen waarbij studenten verplicht een set leesvragen/collegevragen moeten maken te zijn toegenomen. Maak je ze niet? Dan is er vaak sprake van puntenaftrek. Ook zie ik steeds vaker dat er een 100% aanwezigheidsplicht is bij werkcolleges (GTNM, MCO).

Op zich zijn dit wel logische stappen: studenten lijken soms wel totaal geen voorbereiding te doen en niks te lezen, en aanwezigheid zou anders misschien gecalculeerd zo laag mogelijk worden gehouden door sommigen. Toch vind ik de maatregelen die nu worden getroffen niet correct.

Bij Methoden en Technieken van Communicatiekundig Onderzoek (MCO) bijvoorbeeld is er vaak geen echte discussie binnen de colleges en als je iets mist is dat alleen nadelig voor jezelf: de rest van de groep heeft daar geen last van. Bij Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media (GTNM) geldt eigenlijk hetzelfde (sowieso een beetje raar dat daar werkcolleges van bestaan nu). Op het moment dat er groepswerk plaatsvindt is dit natuurlijk een totaal ander verhaal, dan hebben je groepsgenoten er last van, en dat kan gewoon niet… Wat mij betreft kan een docent bij een hoorcollege er altijd vanuit gaan dat iedereen de stof heeft gelezen: als je het dan niet snapt dan is het je eigen probleem en blijf je maar weg, of doe je beter je best.

Bovendien zijn de leesvragen bij GTNM enigszins twijfelachtig: achter de vraag staat precies op welk paginanummer je het antwoord kunt vinden. Hoezo eigen verantwoordelijkheid en een beetje moeite doen?

Ik vind deze verplichte zaken kinderachtig en (te) schools. Ik betaal ruim 1500 euro collegegeld per jaar, koop boeken en zorg zelf wel dat ik het goed gelezen heb voor het tentamen. Doordat m’n werk erg stormachtig is de laatste tijd ben ik met vanalles achter komen te liggen, en intussen word ik bestookt met mails van allerlei docenten over nog niet ingeleverde ‘leeswijzers’ of ‘collegevragen’, terwijl ik toch écht geen tijd heb tot eind deze week. Dat is nog een nadeel: het is onflexibel, je kunt niet zelf indelen wanneer je iets wilt maken/leren, het móét voor zo’n college.

Als ik weinig tijd heb (en waarschijnlijk ook als ik gewoon lui was) dan zou ik bij die nieuwe media-vragen gewoon alleen op die pagina’s skimmen, snel antwoorden en inleveren. Dan krijg ik de context alsnog niet mee. Lekker nuttig!

We zijn toch volwassen mensen, en oud en wijs genoeg om zelf te bepalen of we het ook wel snappen zonder opdrachten of verplichte colleges, of niet soms? Graag jullie mening hierover!

Stem op de poll en reageer in het topic: hebben leeswijzers/aanwezigheidsplicht positief bijgedragen aan de kennis die je overhoudt na een cursus, en de cijfers die je haalt voor je tentamens?

Helaas, op dit moment zijn er geen polls beschikbaar.

Gerelateerde artikelen

  • Twee toetsen tegelijk?
  • Reactie op ‘Practice what you preach’
  • Verslag CIW-Debat in Com’info
  • 40 comments

    Tom van de Wetering 1 Bob
    {17.02.08 om 22:55}

    Voor zover ik tot nu toe ervaring heb dan..

    Ik vind het op zich een goede maatregel. Net wat je zegt zijn er een hoop mensen die de kantjes eraf lijken te lopen en deze maatregel ontmoedigt dat. En het is niet alsof het extra werk is. Doe gewoon je huiswerk en er is niets aan de hand. Plus, je wordt min of meer gedwongen met je stof bezig te zijn, en dat is mijns inziens weer heel nuttig voor tentamens (zo ervaar ik nu bij GTNM).

    Anderzijds moet het wel van twee kanten komen. We maken de vragen, we lezen de teksten, dan moet de docent op zijn beurt ook voorbereiding getroffen hebben en moeten die vragen dan ook daadwerkelijk behandeld worden, ik ga ze niet voor de kat z’n staart zitten maken. Nou ben ik dit nog niet vaak tegengekomen maar ik heb al wel verhalen gehoord…

    Daarnaast mogen sommige readers (vooral die van CAD en nu weer die van IO) veel duidelijker. Noem het mierenneukerij maar ik kan me helemaal blind ergeren aan het ontbreken van een fatsoenlijke inhoudsopgave en paginanummering, of duidelijke nummering van de teksten in de reader. Voordat ik enige structuur kon ontdekken in bovengenoemde readers was ik halverwege het collegeblok.

    Ik ben wel met je eens dat mensen voor zichzelf in staat zijn te bepalen of ze het goed snappen ja of nee, maar sommigen neigen dan weer naar “pfah, ik ben te lui” of “ik ga liever iets anders doen” en gebruiken “ik bepaal zelf wel of ik het snap” als excuus. Klinkt heel belerend, maar kom op, iedereen denkt dat wel eens (ik zelf ook absoluut), de een wat vaker dan de ander, ontken het maar niet! De meesten zullen ongetwijfeld een soort geweten in zichzelf hebben waardoor ze zich tegenover zichzelf verplicht voelen huiswerk/opdrachten te doen, maar sommigen maakt dat ook niet uit en dat resulteert er dan in dat ze het vak niet halen.

    Ik zal echter niet ontkennen dat ik ook nu nog alles zo plan dat ik er zo min mogelijk werk aan heb dan wel zo veel mogelijk vrije tijd overhoud.

    Maar nu ga ik weer aan het werk, ik moet eigenlijk nog een folder analyseren voor I&O…

    Tom van de Wetering 2 Kristel
    {17.02.08 om 22:56}

    Ik vind dat de docenten eisen mogen stellen aan hun cursussen. Als de een liever werkt met leeswijzers en de ander de studenten liever vrij laat in hun leerproces, dan is dat zo. We kunnen m.i. onmogelijk verwachten dat verschillende docenten (met wellicht verschillende ervaringen met studenten) allemaal op dezelfde manier college geven.

    Bovendien kan ik het me heel goed voorstellen dat een docent de student ‘dwingt’ om actief bezig te zijn met de leerstof. Iedere student zou dat al moeten doen, maar voor degenen die er inderdaad de kantjes vanaf lopen, kan dit nog net het laatste duwtje in de goede richting zijn. Als dat je niet bevalt, stop dan met de cursus (hoe rigoureus dit ook klinkt). Voor mezelf vind ik dit prettig, omdat ik mezelf dan ook dwing vragen te stellen en ik niet aan kan komen met “ik regel het later wel als ik iets niet helemaal begrijp”. Misschien zijn de docenten het studiegedrag van de studenten zat en moeten we het bij onszelf zoeken? :)

    Over de paginanummers bij de antwoorden. Ik vind dat ook niet helemaal netjes, alleen als ze aangeven dat daar het stuk staat dat je misschien nog eens voor jezelf moet doorlezen. Het is wel zo netjes als docenten ook met een voorbeeldantwoord aankomen. Dan weten studenten wat van ze wordt verwacht tijdens het volgende toetsmoment.

    Ik ben het trouwens absoluut eens dat het wel van beide kanten moet komen. Niets is frusterender dan vragen te maken en ze vervolgens niet te bespreken.

    Tom van de Wetering 3 Ruud van der Linden
    {17.02.08 om 22:57}

    Ok, ok, ik ben het eens met veel argumenten die jullie aandragen, maar niet met alles:

    Bovendien, Bob zegt het zowat letterlijk. Ik ben nu dus de dupe van mensen die de kantjes eraf lopen (ok, ok, ik doe dat ook weleens), of misschien wel van het lage slagingspercentage van de cursus. Maar uiteindelijk, straks, in het ‘echte leven’ wil je die kantjes-eraf-lopers niet als werknemer en al helemaal niet in een onderzoekspost op de Universiteit. Laat ze maar lekker zakken/stoppen en hbo gaan doen ofzo… Die mensen blijven nu bovendien misschien wel langer op de opleiding, terwijl ze voor deze maatregelen misschien al na een jaar ermee zouden stoppen. Dan heb ik liever het laatste… of dat ze zélf leren hoe ze moeten plannen en leren voor een tentamen.

    Mijn grootste bezwaar is trouwens dat het zo tijdsgebonden is allemaal. Als ik die leeswijzers e.d. gewoon ook een paar weken later kon inleveren dan was mijn probleem al veel minder groot geweest. En als aanwezigheidsplicht nou gewoon ietsjes soepeler is, bijv. dat je met een reden twee colleges kunt missen, dan vind ik dat ook al geen probleem. Alleen lijkt het erop dat het ontzettend doorgeschoten is allemaal…

    Tom van de Wetering 4 Bob
    {17.02.08 om 23:00}

    Dat laatste kan ik zeker inkomen. Ik zit nu in precies zo’n situatie. Ik moet over 3 dagen mijn functionele analyse voor I&O inleveren, ik heb woensdag ook een tentamen GTNM. Nu komt daar nog bij dat ik weer extra tijd in moet plannen om die vragen te maken die bij GTNM horen. Nou mogen daar dan paginanummers achter staan, maar ik wil wel alles gelezen hebben. Het is ook niet zo dat ik er nu pas aan begin ofzo, maar ik lees ontzettend langzaam (doch nauwkeurig!), dat is een nare gewoonte die ik maar niet af kan leren (al heeft het ook zijnn voordelen: een goed geheugen enzo). Dat wil zeggen dat ik echt een hele middag en/of avond uit moet trekken voor alleen die paar vragen, en vaak al een paar dagen van tevoren beter kan beginnen met de tekst lezen. Ik zit nu echt even met een volledig volgeplande drie dagen doordat ik (relatief) veel tijd nodig heb voor die vragen.

    Ik wil die vragen best maken en inleveren, maar ik heb liever de mogelijkheid dit per week te doen, of op mijn eigen tempo in ieder geval, en wanneer het mij uitkomt, in plaats van tijdens het college, dat in dit ongelukkige geval aan het begin van de week valt. Je krijgt dan natuurlijk wel weer het probleem dat veel mensen “wanneer het mij uitkomt” zullen vertalen naar “niet”.

    Naast het argument van tijdsgebondenheid vraag ik me toch sterk af in hoeverre je ‘de dupe’ bent van een ander zijn nalatigheid. In het ideale geval zouden deze vragen m.i. namelijk weinig extra werk op moeten leveren naast de reguliere studiewerkzaamheden. ‘Vroeger’ las je de hele tekst, ‘nu’ moet je er nog een paar vragen over beantwoorden. Dat zou niet veel moeite moeten kosten als je de hele tekst ook gelezen hebt, wat je, op het moment dat je jezelf niet rekent tot degenen die de kantjes er vanaf lopen, als het goed is op een bepaald punt tijdens een blok gedaan hebt.

    5 Kim
    {18.02.08 om 11:52}

    Ik ben het bijna volledig met jullie eens. De tijdsplanning en -besteding van studenten wisselt nou eenmaal wekelijks en het zou fijner zijn als je daar flexibel invulling aan kunt geven.

    De antwoorden op de leesvragen vind ik daarnaast niet eenduidig en duidelijk. Elke student formuleert zijn antwoord anders, waarbij de strekking vaak wel goed is maar wat totaal niet lijkt op je eigen antwoorden. Grote verwarring is in mijn geval vaak het gevolg. Inmiddels is mij in ieder geval wel duidelijk geworden dat docenten totaal niet van plan zijn om een ”voorgekauwd”, duidelijk en correct antwoord te geven op de vragen. De reden daarvoor snap ik overigens wel, maar hoe voorkom je dan dat studenten dingen verkeerd leren omdat een antwoord op een vraag toch niet helemaal goed is?

    De discussies over een stelling in de leesgroepen van GTNM vind ik daarentegen wel heel erg nuttig! Op deze manier ben je toch actiever met de stof bezig dan met alleen het opzoeken van een antwoord.

    Leeswijzers en vragen verplicht stellen wekt bij mij in ieder geval heel veel weerstand en tegenzin op. Uiteindelijk blijft het, wel of niet slagen voor een vak, toch je eigen verantwoordelijkheid.

    6 An van Burik
    {18.02.08 om 23:33}

    Het lijkt er inderdaad op dat docenten hun studenten niet serieus nemen en onderschatten. Maar onderschatten studenten zichzelf niet en nemen zij hun studie wel serieus? Wiens taak is het om studenten te corrigeren als zij (wie weet) niet de juiste prioriteiten hebben om een cursus te halen?

    De maatregel is toch met name bedoelt voor studenten die een extra stimulans nodig hebben. De maatregel heeft effect op alle studenten van die cursussen. Dus ook op de studenten die wél hun best doen (op hun manier) en ook heel actief zijn buiten hun studie. Voor deze studenten werkt het juist demotiverend en belemmerend. Ik vind dan ook dat docenten enige vrijheid zouden moeten hebben in hoe zij deze maatregel toepassen.

    En waarom zou je deze leesvragen voor iedereen verplichten? Is het niet nuttiger om in de eerste weken geen specifieke vragen te stellen, maar alleen te verwachten dat studenten zich voorbereiden op een discussie. Als je deze discussie niet het hele college lang met iedereen voert, maar in kleinere groepjes begint, dan zullen studenten zich wellicht ook meer verantwoordelijk voelen: Slechte voorbereiding en desinteresse komen dan aan het licht. In de hieropvolgende groepsdiscussie kan de docent dan ook aangeven welke conclusies de studenten terecht en onterecht trekken.
    Na het eerste toetsmoment zie je snel genoeg wie er ondermaats presteert en deze studenten moeten vanaf dat moment tot het volgende toetsmoment deze vragen maken (al of niet met een strakke planning per college). Zou dit niet veel meer stimuleren?

    Uiteraard moet de situatie ook nog werkbaar blijven voor docenten. Maar wat is op dit punt het probleem? Is het moeilijker om 30 vragen na te kijken of 20 vragen + een lijstje met namen van studenten die zijn vrijgesteld? Als docent moet je misschien ook al niet de moeite doen om achter studenten aan te mailen over dit soort ‘futiliteiten’. Dit bedoel ik niet denigrerend over het werk van docenten, juist niet! Docenten kunnen hun tijd wel beter besteden.
    Wanneer het niet inleveren van dit soort opdrachten specifieke gevolgen heeft (zoals uitsluiting van de cursus of een toetsmoment), vind ik wel dat docenten hier een week voor de deadline een overzicht van op moeten stellen en deze vrijgeven.

    Het opgeven van vragen met daarachter het paginanummer waarop het antwoord staat… Dat is cheap. Dan schieten die vragen toch hun doel voorbij? Ik kan me goed voorstellen dat er studenten zijn die hieruit de conclusie trekken dat de rest van de tekst eigenlijk niet belangrijk is.

    Ik ben het ook helemaal eens met Bob als hij het over de reader van CAD heeft. Dit jaar bestond mijn reader voor CAD uit 3 delen. Een oude reader, de correctie op deze reader en cursusinformatie. Nogmaals: dat is cheap, maar dan heel letterlijk. Er zijn misschien 30 readers van vorig jaar bewaard omdat het zo zonde is ze weg te doen, prima, zuinigheid is hier een deugd, toch? Maar het betekent alsnog extra werk voor docenten, voor de administratie, voor de drukker en voor het Studiepunt. Bovendien is dit dan weer niet werkbaar voor studenten. “De tekst voor week 3 is van ‘t Reve, dat was vorig jaar in week 4 en stond toen verkeerd gedrukt bij week 6.” Bij wijze van spreken, hoe onzinnig, hoe onprofessioneel, hoe UU?

    7 An van Burik
    {18.02.08 om 23:36}

    Overigens is er wat mij betreft niets wat een docent het recht geeft om een student de toegang tot een college te ontzeggen. Behalve als de student onontkenbaar overlast bezorgd. Maar als je het bijvoorbeeld een week heel druk heb gehad en je niet goed kon voorbereiden, dan moet je juist naar het college om niet nog verder achter te lopen.

    Tom van de Wetering 8 Kristel
    {19.02.08 om 13:08}

    Ok, als ik het goed begrijp vinden jullie de tijdsgebondenheid erg vervelend? Ik denk dat dit te wijten is aan het BA-systeem. ‘Iedere’ cursus (zoals ik het ervaar, in ieder geval uit het pakket van CIW) heeft ongeveer dezelfde opzet. De eerste twee weken van een blok stof bepreken, de derde week een toetsmoment, de vierde en vijfde week weer stof bespreken, de zesde week opnieuw een toetsmoment enzovoorts. Ik geef toe dat dit lastig in te plannen is, omdat je dan in een paar weken echt moet pieken om goede resultaten te behalen. En zoals Bob al aangeeft is dat erg lastig, aangezien naast de toetsmomenten ook gewoon wordt doorgegaan met het wekelijkse huiswerk.

    Natuurlijk is het zo dat niet iedereen de kantjes eraf loopt (ik ben er heilig van overtuigd dat meer dan de helft wél elke week (maximale) inzet toont), maar de mensen die dat doen verzieken het op deze manier niet voor de rest. Iedere student is bekend met de regels: geen leeswijzer, geen college.

    Ik vraag me alleen af wat voor effect het heeft als je op je eigen tempo en “wanneer het jou uitkomt” die vragen maakt en inlevert. De docent is geïnteresseerd in jouw voortgang gedurende de cursus en dit is één van de (weinige?) manieren om bij te houden waar zijn werkgroep moeite mee heeft en wat goed gaat. Jullie hadden het over inzet van twee kanten, wat moet de docent dan doen om de groep iets bij te leren als hij ook niet meer kan weten wie waar moeite mee heeft, waar extra aandacht aan besteed moet worden en wat iedereen wel begrijpt? Dan wordt de docent weer desinteresse verweten, of worden de studenten te veel losgelaten.

    En ik denk trouwens dat docenten een hele goede reden om die aanwezigheidsplicht in te stellen. Ik volg nu een cursus, genaamd MCO (Methoden en technieken voor Communicatiekundig Onderzoek) en je mag maar één van de (uit mijn hoofd) 18 bijeenkomsten missen. En dat is niet voor niets. Bovendien móet je het eerste tentamen gehaald hebben, omdat je anders niet verder mag deelnemen aan de cursus. Je mist dan de basis. En geloof me: ik denk dat ik geen college kan overslaan.

    Tom van de Wetering 9 Ruud
    {19.02.08 om 13:09}

    De tijdsgebondenheid is vervelend omdat het flexibiliteit onmogelijk maakt. Mijn situatie van werk en studie naast elkaar wordt heel erg moeilijk als ik verplicht élke week een leeswijzer moet inleveren. Nou kun je wel zeggen ‘werk dan niet!’, maar ten eerste kan ik niet zomaar stoppen met mijn werk en ten tweede wordt het aangemoedigd om al gelijk praktijkervaring op te doen.

    En over die voortgang: ik bepaal zelf wel of ik de stof goed genoeg ken! Als ik het niet snap, dan vraag ik het. Die opdrachten zijn absoluut geen garantie voor een intensieve persoonlijke begeleiding. Ook ben ik zelf in staat om de reader van MCO (volg ik ook) goed te lezen. Hoewel die niet al te gemakkelijk is geschreven, is die genoeg om de stof (ruim) voldoende te begrijpen. Mocht ik dus een WC (of twee) missen, dan kan ik altijd gewoon goed die reader lezen. Niet de optimale oplossing, maar goed genoeg… En zou ik de reader niet snappen/onleesbaar vinden, dan zou dat voor mij des te meer motivatie zijn om koste wat kost geen enkel WC te missen.

    En dat tentamen waarna je niet verder mag: officieel mag je daarna wel nog verder, maar het is gewoon onverstandig aangezien je de stof blijkbaar niet beheerst (2e deel van de cursus is vooral SPSS, dus wel handig als je weet wat je invoert). Maargoed, dat is iets anders dan verplicht 100% van de werkcolleges volgen, vind ik. Met name als we hierna in groepjes gaan werken, kan het erg vervelend zijn voor je groepsgenoot als jij er geen kloot van snapt en je groepsgenoot alles zelf moet doen.

    Maar over de huidige situatie: je zou maar een paar dagen flink geveld zijn door griep, mag je gelijk je hele blok overdoen. Dat vind ik WAANZIN.

    Zelfstudie en eventueel, als het nodig is, een paar vragen aan medestudenten of je werkcollegedocent, wat is daar mis mee?

    Tom van de Wetering 10 Kristel
    {19.02.08 om 13:11}

    Ik zal nooit beweren dat je niet kan/mag werken naast je studie. Je hebt zelf besloten hoe jij je CIW-traject wil volgen, je weet dan ook wanneer je wat moet inleveren. Ik wil je echt niet het gevoel geven dat je ‘hier niet hoort’, maar is duaal studeren dan geen betere optie voor je? CIW is ingesteld op fulltime studeren, het is ook een voltijd-studie. Als het telkens weer vechten tegen de klok is vanwege je werk, dan zou ik mezelf gaan afvragen of deze vorm van studeren dan bij me past. Maar goed, dit is niet zoals Habermas het gewild heeft en jij weet zelf natuurlijk beter dan ik wat goed voor je is, maar mijn punt is dat het systeem nou eenmaal zo werkt. Dus als je zegt “ik bepaal zelf wel of ik de stof goed ken”, dan is dat prima, maar dan moet je ook de consequenties accepteren als je meerdere werkcolleges mist. En over de griep: in overleg valt er altijd wat te regelen denk ik.

    En ik had bij MCO begrepen dat je de cursus nog wel mag volgen, maar dat ze dan niets meer voor je nakijken. En dat je dan ook geen eindcijfer hebt en dus de cursus niet haalt. Maar als dat niet zo is… Enlighten me!

    Er is ook niks mis met zelfstudie. Het is alleen de vraag in hoeverre men dit door moet voeren. Er zijn ook onderwijsinstellingen waarbij bijna alles zelfstandig gaat en bij de UU is de docent meer betrokken door middel van leeswijzers, collegevragen et cetera.

    Tom van de Wetering 11 Ruud
    {19.02.08 om 13:12}

    Ja, maar die betrokkenheid moet niet alles gaan overheersen.

    Over MCO heb ik alleen gehoord wat ik hierboven vertelde trouwens, ik heb alleen gehoord dat je dan ‘sterk wordt afgeraden’ deel te nemen, niet dat je bij voorbaat al een nul haalt.

    “In overleg is er altijd wat te regelen,” da’s natuurlijk fijn. Redelijke docenten zijn altijd fijn en gelukkig heb ik nog niet anders meegemaakt :) Duaal studeren zou op zich wel een optie zijn, maar ik wil graag ook nog leeftijdgenoten tegenkomen, da’s bij duaal veel minder. Ook zijn er dan beperkingen in cursussen die je kunt volgen en zit je altijd ‘s avonds in de collegebanken. Nu kan ik ‘s avonds ontspannen (als mijn werk niet zo gestoord druk is als de laatste paar weken tenminste).

    Mits iedereen redelijk omgaat met de regels en begrip kan opbrengen voor afwijkende situaties, zie ik inderdaad geen problemen. Wat me stoort is de enorm harde taal in e-mails (100% aanwezig, haal je dat niet: uitsluiting). Misschien is dat nodig voor sommige studenten, maar bij mij haalt het netto niks uit, behalve dat het me alleen maar meer stress bezorgt als ik weer achterlig…

    Tom van de Wetering 12 Bob
    {19.02.08 om 13:13}

    Wat ik uit Ruud zijn reacties begrijp is dat je het liefst zelf je traject in zou kunnen delen, op je eigen manier een beetje de studie volgen. Dat vind ik erg goed, ik ben in principe vóór flexibiliteit, maar de harde werkelijkheid (tenminste zoals ik die ervaar vanuit het middelbare onderwijs, en ik kan me heel goed voorstellen dat het op de uni weinig anders is, als ik sommige mensen zie die ik tot nu toe al ontmoet heb) is dat niet iedereen even goed omgaat met die flexibiliteit. Jij zal misschien elke week ‘braaf’ je stof doornemen, haal je het een weekje niet dan plan je het de week erna in, etc., maar er zijn er zat die dergelijke flexibiliteit opvatten als ‘dan doe ik het niet’ of, ‘dan lever ik het aan het eind wel allemaal in’. Ja, dan gaat het in de meeste gevallen niet goed. Je kunt wel beweren dat dat hun probleem is, maar ik denk dat als dan puntje bij paaltje komt, het zoveel studenten zullen blijken waarbij het niet goed gegaan is dat je straks geen kip meer overhoudt die het 2e jaar haalt vanwege BSA. En dat lijkt me toch een tikkeltje te extreem.

    Daarom denk ik dat het zaak is om een balans te slaan. Ik noemde eerder dat je je vragen zou moeten kunnen maken wanneer het jou uitkomt. Dat was waarschijnlijk te overdreven, want zoals ik erbij zei zal dat vertalen naar ‘niet’ voor een hoop studenten, maar stel nou dat je, in principe net als de leesstof voor veel vakken, de vragen per week maakt, en niet voor de volgende hoorcolleges. Zo kun je zelf je week een beetje indelen wat betreft studiewerk, maar moet je toch binnen enige tijdsspanne zorgen dat je bepaalde dingen afhebt dan wel begrepen hebt.

    Daarnaast zou ik voorstellen om voor zover mogelijk een vak huiswerkvrij te houden in de week dat er een toetsing plaatsvindt, en ben ik ook voor onderlinge afstemming tussen de twee vakken, zodat je geen toets-/inlevermoment hebt van twee vakken in dezelfde week.

    13 Ruud
    {19.02.08 om 17:54}

    Maar, Bob, ik wil graag als volwassene behandeld worden hierin.

    Met verplichte niet-van-af-te-wijken leeswijzers en -opdrachten iedere week verwordt de studie CIW tot een wasstraat waarin je niet kunt sturen en maar telkens rechtdoor wordt gepusht door een of ander eng rollerapparaat… wat afwijken, even stil staan of even wat sneller gaan zit er niet in.

    En dát blijf ik jammer vinden, want het is niet nodig!

    14 Tom Koole
    {20.02.08 om 16:34}

    Regeltjes

    Was het maar zo dat een niet werkende student alleen zichzelf benadeelt. Maar de werkelijkheid is: een slechte student kost een docent veel meer tijd dan een goede student.
    Als iedereen in één keer z’n toetsen zou halen hadden we geen herkansingen meer nodig; dat zou een hoop werk schelen. Nu proberen we die herkansingen te voorkomen door stevige eisen te stellen aan de inzet van studenten. We proberen het met allerlei regeltjes, de ene docent met aanwezigheidsplicht, de ander met leesvragen.
    Als iedereen z’n werk op tijd zou inleveren hoefden we daar geen onderhandelingen over te voeren; dat zou een hoop tijd schelen. Nu proberen we die onderhandelingen te voorkomen door allerlei regeltjes: we schrijven studiehandleidingen vol met al die zotte regeltjes. En wee je gebeente als je als docent een regeltje vergeet, want dan is er altijd wel een student die zegt ‘dat het nergens stond’.
    Als iedereen gewoon naar college zou komen – inderdaad je hebt er een boel geld voor betaald – en gewoon z’n werk zou doen zou het slagingspercentage van een cursus omhoogschieten; dat zou een boel herkansingen schelen.
    Ik ben blij te lezen dat studenten strondziek zijn van al die regeltjes. Ik ook. En ook van studenten die met een beroep op hun ‘eigen verantwoordelijkheid’ midden in het onderwijsblok op vakantie gaan met het gevolg dat ik er een herkansingswerkstuk bij krijg. Dus laten we die regeltjes vooral afschaffen, inclusief de bespottelijk regel dat een student slechts een 4 hoeft te halen om z’n docent weer dubbel werk te bezorgen met een herkansing. Sterker nog, laten we die herkansingen helemaal afschaffen, dan mag iedereen van mij op vakantie, dat is pas eigen verantwoordelijkheid, en het zou mij erg veel tijd schelen.

    Bob 15 Bob
    {22.02.08 om 18:54}

    Maar, Bob, ik wil graag als volwassene behandeld worden hierin.

    Met verplichte niet-van-af-te-wijken leeswijzers en -opdrachten iedere week verwordt de studie CIW tot een wasstraat waarin je niet kunt sturen en maar telkens rechtdoor wordt gepusht door een of ander eng rollerapparaat… wat afwijken, even stil staan of even wat sneller gaan zit er niet in.

    En dát blijf ik jammer vinden, want het is niet nodig!

    ..Als je nu bedoelt dat ik je onvolwassen behandel, dat is niet mn bedoeling geweest, sorry =)

    Zo niet: Tuurlijk wil je als volwassen behandeld worden, je bent het immers ook, maar ik denk niet dat je een aanwezigheidsplicht en plicht tot opdrachten maken gelijk op hoeft te vatten als kinderachtig.

    Je tempo kun je natuurlijk nog steeds in zekere mate zelf bepalen, als jij een weekje rust wil dan maak je de opdrachten voor die week er in de week ervoor bij oid :P Maar hè, laat ik nou niet doen alsof iedereen helemaal dol is op opdrachten maken. Ik ben het wel met je eens dat je moet voorkomen dat CIW een lopende-bandstudie wordt, waar je elke week een aantal vragen over een tekst beantwoordt. Maar ik zie ook het belang in van een dergelijk systeem, en niet om de serieuze studenten te pesten, maar om te zorgen dat de wat laksere studenten toch maximaal presteren of afvallen. Ik denk dat het voor de docenten een uitermate geschikte manier is om enige inzet te stimuleren, en een student die die inzet evengoed zal tonen zou er mijns inziens (gebaseerd op de readers/vragen die ik tot dusver gehad heb) weinig extra moeite voor hoeven doen om wat vragen te beantwoorden.

    Misschien kan er wat gedaan worden aan de vorm van deze opdrachten, om het schoolse karakter te verminderen. In plaats van ‘standaard’ vragen over teksten een debat-achtige vorm. We hebben nu in de (dit jaar voor het eerst geintroduceerde, begreep ik) leesgroepen van GTNM ook een soort klassikaal debat over de stof, en ik moet zeggen dat je dan heel erg betrokken raakt bij de stof, en er veel meer van mee krijgt dan alleen maar antwoorden bespreken.

    16 Ruud
    {22.02.08 om 22:24}

    Tom, je punt kan ik goed begrijpen, en ik moet inderdaad ook bekennen dat dezelfde tijdsnood die verantwoordelijk is geweest voor het later inleveren van leesopdrachten, in het verleden ook debet is geweest aan het minder goed kunnen leren van stof waardoor ik een herkansing heb moeten doen.

    Dat studenten op regeltjes/zaken wijzen of dingen zeggen als “ha! dat staat niet in de cursushandleiding!” is inderdaad erg vervelend. Jammergenoeg wel iets wat kenmerkend lijkt te zijn voor de huidige tijdgeest.

    Ik vraag niet om vrijstellingen of iets dergelijks, maar enkel om de mogelijkheid om het incidenteel wat later in te leveren (zo veel mogelijk wel gewoon op tijd uiteraard).

    Docenten zijn overigens erg flexibel als je ze op tijd aanspreekt en aankondigt dat dingen te laat kunnen zijn. Tot nu toe heb ik alleen redelijke docenten meegemaakt wat dit betreft, da’s erg fijn. Eigenlijk heb ik dus niets te klagen.

    Dit topic ben ik overigens gestart nadat ik in een stress-situatie allerlei semi-geautomatiseerde mailtjes tegelijkertijd ontving waarin ik gewezen werd op niet-ingeleverde opdrachten. Misschien een beetje overhaast, achteraf gezien, hoewel het wel een onderwerp is waar over gesproken zou moeten worden, vind ik. Misschien kan er een algemene richtlijn worden gesteld zodat elke cursus ongeveer dezelfde regels heeft wat betreft leesopdrachten e.d.

    Bob, ik doelde niet op dat jij persoonlijk me onvolwassen behandelt. Ik heb je trouwens nog niet irl ontmoet geloof ik? :)

    17 Wietse
    {23.02.08 om 17:12}

    Ruud, waarom zouden het ‘behandeld worden als volwassen persoon’ en het stellen van regeltjes en deadlines omtrent leervragen en aanwezigheidsplicht niet samen kunnen?

    Of je nou een een kind van 9 op een mammoetskelter bent of een man van 23 die CIW studeert, regeltjes en verplichten horen er wat mij betreft gewoon bij. Heeft in geen enkel opzicht met ‘behandeld worden als een volwassene’ te maken. Je kunt pas stellen dat ze je niet als volwassene behandelen als ze bijvoorbeeld de tafeldiploma gaan invoeren of je een opfriscursus geven voor het veterstrikdiploma.

    18 Ruud
    {23.02.08 om 19:47}

    Wietse: daarin verschillen wij dan van mening.

    Bovendien denk ik dat je best begrijpt wat ik bedoel. Alle andere mensen die hier over het onderwerp discussiëren begrijpen het namelijk ook.

    19 Wietse
    {23.02.08 om 22:12}

    Op zich niets mis mee dat we van mening verschillen :)

    Ik vind het goed dat de opdrachten er zijn. Afgelopen blok was dat bij Inleiding Mediavergelijking ook het geval. Naast het feit dat ik de hele cursusopzet erg goed vond, was de verplichting wat betreft het inleveren van een wekelijks betoog erg stimulerend.

    Ik denk dat de vakken zichzelf in de vingers snijden als ze de aanwezigheidsplicht en de leesvragen gaan afschaffen, aangezien er een grote groep mensen is die daardoor eenmaal gemotiveerd moet worden. Het zou natuurlijk fijn zijn als iedereen gewoon uit zichzelf alles uitvoert, zonder dat het verplicht is, maar ik denk dat het een utopie is. Het slagingspercentage zal denk ik hoger zijn met dergelijke maatregelen, hetgeen goed is voor de opleiding en voor de studenten die zelf niet met de verantwoordelijkheid om kunnen gaan.

    20 Ruud
    {24.02.08 om 0:04}

    Kijk, en daar, bij dat motiveren, daar ligt mijn punt.

    Je moet over een bepaalde mate van intelligentie beschikken om een bachelor CIW te kunnen halen.

    Ik zou het prima vinden als je ook over een bepaalde mate en vorm van motivatie moet beschikken om die bachelor te halen. De motivatie om zelf uit te zoeken wat je moet leren en wat belangrijk is, en om dát ook daadwerkelijk te doen, is iets anders dan de motivatie om het minimale te lezen en in een leesverslag te zetten.

    Wat dat betreft is het misschien juist wel waardevol dat een aantal mensen hard op hun bek gaat omdat ze het totaal verkeerd aanpakken.

    Daarnaast heb ik op de Heidag van veel docenten gehoord dat zij de opleiding liefst zien als een voorbereiding op academisch onderzoek, in tegenstelling tot voorbereiding op een baan. Zelf-motivatie lijkt me bij vooral onderzoek, maar eigenlijk in beide gevallen erg belangrijk.

    Een goed argument wat overblijft is het extra nakijkwerk dat door extra herkansingen wordt veroorzaakt. Ik vraag me dan ook af in hoeverre leesopdrachten en dergelijke hebben bijgedragen aan betere tentamencijfers. Misschien kan Tom daar wat meer over vertellen?

    Tom van de Wetering 21 Tom van de Wetering
    {24.02.08 om 0:28}

    Je bedoelt die andere Tom waarschijnlijk, maar zelf heb ik vorig blok ook een behoorlijk aantal dagen ingevuld met het nakijken van leesopdrachten. En dit blok sta ik weer aan de andere kant: elke week weer de motivatie vinden om opdrachtjes te maken.

    Ondanks dat het inleveren mij nu weer behoorlijk wat moeite kost, bleek bij het nakijken bij Mediavergelijking dat er wel degelijk wat voor leesopdrachten te zeggen valt. De betogen waren van een behoorlijk hoog niveau, terwijl het tentamen juist niet zo goed gemaakt werd. Gevolg was dat veel studenten met een onvoldoende voor het tentamen de cursus toch gehaald hadden.

    Geheel terecht vind ik, want uit de leesopdrachten bleek dat ze de stof gewoon goed genoeg beheersen. Tentamens geven nooit echt een goed beeld van wat studenten kunnen. Een slechte dag, een slecht geheugen, een slecht tentamen en zelfs een defecte pen kunnen allemaal hetgeen getoetst wordt beïnvloeden. Daarnaast weet ik van mijzelf dat leerstof die in enkele dagen wordt opgedaan erg slecht blijft hangen.

    Allemaal redenen in het voordeel van leesopdrachten. Probleem is echter wel, zoals al aangegeven wordt, dat de vorm van de opdrachten wel van groot belang is. Elk week weer iets inleveren dat niet leuk is om te doen, niet bereflecteerd wordt of niet leerzaam is: dat motiveert niemand. Zeker niet de studenten die weten dat lucratief werk met aanzien (zoals een eigen bedrijf of een aanstelling in de wetenschap) wel van binnenuit motiverend is.

    Kim van den Heuvel 22 Kim van den Heuvel
    {24.02.08 om 10:07}

    Er is absoluut een verschil tussen de leesvragen zoals die nu bij GTNM worden gegeven en de betoogjes die bij Mediavergelijking geschreven moesten worden.

    Bij GTNM is het een invuloefening geworden omdat bij elke vraag aangegeven wordt op welke pagina het antwoord op de vraag te vinden is. Nogmaals, het zou veel beter zijn om actief met de stof bezig te zijn, bijvoorbeeld in de vorm van discussies of desnoods betoogjes schrijven en actief in de werkgroepen bezig te zijn.

    Wat Wietse zegt over dat de leesvragen ten goede komen aan het slagingspercentage van de opleiding: sorry, maar dat vind ik juist heel negatief. Om op deze manier studenten te laten slagen die anders juist gezakt zouden zijn is echt niet goed. Zo krijg je mensen die gemotiveerd moeten worden om hun werk te doen of alles op een bordje aangeboden moeten krijgen om te kunnen functioneren. Het lijkt me juist dat deze instelling niet gewenst is bij academisch onderzoek of later in het bedrijfsleven.

    23 Wietse
    {24.02.08 om 12:44}

    Wat Wietse zegt over dat de leesvragen ten goede komen aan het slagingspercentage van de opleiding: sorry, maar dat vind ik juist heel negatief. Om op deze manier studenten te laten slagen die anders juist gezakt zouden zijn is echt niet goed. Zo krijg je mensen die gemotiveerd moeten worden om hun werk te doen of alles op een bordje aangeboden moeten krijgen om te kunnen functioneren. Het lijkt me juist dat deze instelling niet gewenst is bij academisch onderzoek of later in het bedrijfsleven.

    Maar misschien worden ze wel gemotiveerd om voortaan uit eigen beweging actief met de stof bezig te zijn? Ik ken de effecten niet, maar wie weet wat voor positieve bijwerkingen het heeft voor in de verre dan wel nabije toekomst voor deze studenten.

    24 Thomas Poell
    {26.02.08 om 14:15}

    Ik heb met interesse deze discussie over de leesgroepen en leesvragen bij Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media gelezen. De afgelopen jaren heb ik veel tijd en energie gestoken in het verbeteren van de cursus en ben dan ook benieuwd naar jullie ervaringen en feedback. Als daar aanleiding toe is, zal ik de cursus zeker aanpassen. Laat ik eerst uitleggen waarom ik de leesgroepen in hun huidige vorm heb opgezet en de leesvragen op deze manier heb geformuleerd.

    Uit gesprekken die ik voorgaande jaren met eerstejaarsstudenten heb gevoerd, kwam naar voren dat zij het erg lastig vonden om het boek New Media: a Critical Introduction zelfstandig te lezen. Het Engels werd als te ingewikkeld ervaren. Bovendien wisten veel studenten niet goed wat belangrijke informatie was en wat als achtergrondinformatie beschouwd kon worden. Veel studenten besloten daarop het boek maar helemaal niet meer te lezen en enkel de hoorcolleges te volgen. Hierdoor slaagden een grote groep studenten er niet in om de cursus in een keer met een voldoende af te ronden en bovendien deden zij niet de noodzakelijke kennis en inzichten op. Er moest dus iets veranderen.

    Ik kon er voor kiezen om het boek te schrappen en simpeler literatuur op het programma te zetten of de begeleiding bij het lezen van het boek te verbeteren. Na verschillende inleidende boeken te hebben bestudeerd, kwam ik tot de conclusie er geen goed alternatief voor New Media: a Critical Introduction beschikbaar is. Het grote voordeel van New Media is dat het de nieuwe media bespreekt aan de hand van de belangrijkste theoretische perspectieven in het veld van mediastudies. In andere inleidingen op de nieuwe media is deze theoretische inslag grotendeels afwezig. Ik vind het essentieel dat de studenten niet alleen kennismaken met de geschiedenis van de nieuwe media, maar hier ook vanuit verschillende theoretische perspectieven over leren nadenken.

    Om er voor te zorgen dat het boek toch goed wordt gelezen, heb ik de leesgroepen opgezet. In dergelijke groepen kan er ook extra uitleg bij de hoorcolleges gegeven worden, het schrijven van het essay kan worden begeleid en de studenten kunnen over de stof in debat gaan. Tussen deze verschillende doelstellingen moet echter wel een goede balans worden gevonden.

    Ik vind het in ieder geval erg belangrijk dat er grondig op het boek wordt ingegaan en dat de studenten leren hoe zij een dergelijk boek moeten lezen. Om dit te bereiken heb ik leesvragen opgesteld, waarin inderdaad naar de pagina’s verwezen wordt waar het antwoord gevonden kan worden. In dit opzicht functioneren de leesvragen als een leeswijzer. In aanvulling op deze leesvragen heb ik enkele discussievragen opgesteld, die besproken kunnen worden in de leesgroepen. Als ik alleen discussievragen zou stellen, ben ik bang dat veel studenten de tekst nog steeds niet grondig zullen lezen en gefrustreerd het boek opzij zullen leggen. Ik wil er hoe dan ook voor zorgen dat alle deelnemers aan de cursus echt kennisnemen van de complexe theoretische vraagstukken in de studie naar nieuwe media. Zonder kennis van deze vraagstukken heeft het ook weinig zin om te debatteren over de ontwikkeling van de nieuwe media.

    In ben er van overtuigd dat eerstejaarscursussen toch vooral de studenten de nodige academische vaardigheden moeten bijbrengen en op een gestructureerde manier met de belangrijkste theorieën en methoden in het vakgebied in aanraking moeten laten komen. In de cursussen in het tweede en derde jaar van de BA en in de MA kan hier dan vervolgens op worden voortgebouwd en kunnen studenten op een vrijere manier met de stof omgaan. Mijn ervaring van de afgelopen jaren wijst uit dat je studenten niet meteen in het diepe kunt gooien en dan verwachten dat ze gaan zwemmen.

    Overigens is er in de leesgroepen weldegelijk ruimte om te debatteren over de stof. In het tweede uur van de bijeenkomsten is hier tijd voor vrijgemaakt. Belangrijk is wel dat deze debatten steeds in relatie staan tot de theoretische en empirische vraagstukken die in de leesvragen zijn besproken. Daarnaast biedt het essay (toets 2) de mogelijkheid om een eigen argumentatie over de stof te ontwikkelen. Ook hier wordt in de leesgroepen over gesproken.

    Alles bij elkaar is GTNM naar mijn idee enorm verbeterd door de leesgroepen en leesvragen. Als jullie gezien mijn overwegingen en doelstellingen toch ruimte voor verbeteringen zien, dan hoor ik dit graag.

    Met vriendelijke groet,

    Thomas Poell (coördinator van GTNM)

    25 An van Burik
    {26.02.08 om 17:26}

    Wow, ik ben heel blij met zo’n uitgebreide reactie en toelichting van een docent! Daar hebben we wat aan!

    Zoals anderen ook hebben aangegeven, gaat het niet per se om de leesvragen en aanwezigheidsplicht an sich. Het gaat ook om de uitvoering, hoe flexibel kunnen docenten hierin zijn?

    De maatregel is toch met name bedoelt voor studenten die een extra stimulans nodig hebben. De maatregel heeft effect op alle studenten van die cursussen. Dus ook op de studenten die wél hun best doen (op hun manier) en ook heel actief zijn buiten hun studie. Voor deze studenten werkt het juist demotiverend en belemmerend. Ik vind dan ook dat docenten enige vrijheid zouden moeten hebben in hoe zij deze maatregel toepassen.

    Hier sta ik nog steeds achter.

    Kim van den Heuvel 26 Kim van den Heuvel
    {26.02.08 om 17:39}

    Precies,

    Ik denk dat de leesvragen zeker met hun functie als leeswijzer een positieve invloed hebben op het leren, maar zoals An zegt: het is de verplichting en de flexibiliteit die vaak het probleem zijn.

    Gevolg hiervan is dat studenten hun werk afraffelen om maar iets in te kunnen leveren (tenminste, dat is bij mij het geval).

    Wel heel fijn dat Thomas als docent ook even de tijd neemt om hier op in te gaan, dat komt de publieke sfeer zeker ten goede!

    27 Thomas Poell
    {27.02.08 om 8:33}

    (Een kleine toevoeging)
    Allereerst wil ik benadrukken dat wij weldegelijk flexibel zijn in het uitvoeren van de regeltjes. Geen enkele student wordt uitgesloten als deze 1 of 2 keer geen antwoorden inlevert of afwezig is. Het is natuurlijk mogelijk dat je een keer ziek bent, het te druk hebt of om een andere reden verhinderd bent.

    Dit neemt niet weg dat het belangrijk is om een aanwezigheidsplicht te stellen en ook het inleveren van de antwoorden op de vragen verplicht te stellen. Uiteindelijk moeten wij als docenten op enkele formele regels kunnen terugvallen als studenten zich nergens wat van aantrekken. Het grote gevaar in een grote eerstejaarscursus is namelijk dat een groot deel van de studenten totaal onvoorbereid naar de leesgroepen komt en van de docenten verwacht dat deze de antwoorden oplepelen. Niet alleen leren de studenten hier weinig van (ze lezen nog steeds niet de literatuur), het niveau van de werkgroep zal snel zeer bedroevend worden. Helaas is dit wat 15 jaar doceren en studeren mij heeft geleerd. Als gemotiveerde student heb ik in het verleden vaak meegemaakt dat mijn medestudenten helemaal niets hadden gelezen en dat er daardoor geen wezenlijk debat over de stof mogelijk was. De enige die tijdens dergelijke werkgroepen aan het woord was, was ik en de docent. Ik wil een dergelijke situatie voorkomen!

    De ervaring wijst tot nu toe uit dat juist door de aanwezigheidsplicht en het verplicht inleveren van de leesvragen het niveau in de leesgroepen heel behoorlijk is. Ik vind het trouwens niet vreemd dat er een bepaalde inspanning van studenten wordt verwacht. Dit is de normale gang van zaken op alle niveaus van de studie. Daar hebben uiteindelijk zowel de gemotiveerde als de minder geïnteresseerde studenten profijt van.

    Het lijkt mij in ieder geval geen goed idee om de aanwezigheidsplicht en het verplicht laten inleveren van de antwoorden op de vragen slechts voor een deel van de studenten te laten gelden. An schrijft: “De maatregel is toch met name bedoelt voor studenten die een extra stimulans nodig hebben. [...] Ik vind dan ook dat docenten enige vrijheid zouden moeten hebben in hoe zij deze maatregel toepassen.” Een dergelijke aanpak leidt toch tot willekeur en tot terechte protesten van studenten?

    Met vriendelijke groet, Thomas Poell

    28 Frank Hakemulder
    {27.02.08 om 12:02}

    Leesvragen houden, aanwezigheidsplicht afschaffen!

    Ik draai inmiddels al drie jaar colleges met leesvragen (ik dacht toen dat ik dat zelf had uitgevonden), vooral omdat ik net als veel studenten inzie dat een aanwezigheidsplicht iets hols is: aanwezig zijn wil nog niet zeggen dat je actief deelneemt aan een hoor- of werkcollege. Leesvragen kunnen een middel zijn om interactie tussen docent en student te ontwikkelen, kunnen studenten helpen te begrijpen welke aspecten van de lectuur essentieel zijn (lees “gevonden worden door hun docent”), het kan hen “leren lezen”.

    Dat is allemaal vast niet besteed aan de Uitmuntende Student, noch aan de student die pas aan het einde van de cursus gaat blokken om een tentamen te halen. Voor heel veel andere minder uitmuntende studenten lijkt het mij een nuttige voorbereiding op de eigenlijke toetsen (b.v. het tentamen), en voor stampen vlak voor een tentamen weten we dat je die kennis weer net zo snel kwijt bent.

    “Te schools” is een van de tegenargumenten. Een verwonderlijk bezwaar, zeker gezien de frequentie waarmee de universiteit tegenwoordig een school wordt genoemd, maar vooruit. Als zowel het effect van hoorcolleges als werkcolleges afhangt van de mate waarin de cursisten zich hebben voorbereid, is het in het belang van alle partijen dat zij hun verplichtingen zien: 1) studenten onderling (de tijd die het kost om een discussie over de stof op gang te brengen, alleen al omdat de docent lang moet zoeken naar iemand die de artikelen half gelezen heeft!! maar zie ook de reacties van andere studenten hier); 2) van student naar de docent die zijn/haar tijd heeft gestoken in de voorbereiding van een niet-schools college (d.w.z. geen samenvatting, maar b.v. het bieden van een nieuw perspectief op het thema, ervan uitgaande dat iedereen weet waar hij/zij het over heeft – als dat niet zo is, dan staat de docent vaak voor de meubels te praten); 3) naar jezelf (waar besteed je je 1500 euro collegegeld aan, haar je uit je opleiding wat erin zit? – maar goed, dat is inderdaad de verantwoordelijkheid van de student zelf); 3) maar ook naar de samenleving, want de opleiding kost meer dan alleen het collegegeld). 4) van docent naar student, daar maakte Bob een opmerking over: Bob schrijft dat hij de leesopdrachten niet voor de kat zijn staart wil maken. Dat kan ik me levendig voorstellen. Het moet geen bezigheidstherapie zijn, die leesvragen. Ik zou toch echt ook willen aanmoedigen dat studenten dit als een gedeelde verantwoordelijkheid zien: is je totaal onduidelijk wat nu het antwoord was op de leesvraag, breng dat in, maak zo’n college samen met de docent; hij/zij heeft die leesopdracht bij wijze van spreken zelf op de agenda gezet door de leesopdracht op te geven, dus onoverkomelijke bezwaren tegen een discussie over de oplossing kunnen er niet zijn. Op die manier spreken we elkaar als volwassenen aan.

    Als nu maatregelen getroffen, maatregelen zoals Ruud die signaleert, “regeltjes” om al die zware verantwoordelijkheid in goede banen te leiden dan zou ik zeggen dat we dat maar eens goed moeten evalueren, niet met wat meningen en gepruttel in de publieke sfeer, niet door ze maar weer af te schaffen als sommige studenten het niet leuk vinden of vinden passen bij hun volwassen-zijn, maar met een onderzoekje. Wie dat met me wil uitvoeren, stuur me een berichtje.

    Ruud van der Linden 29 Ruud van der Linden
    {27.02.08 om 12:30}

    Wat betreft ‘het punt’ ben ik het helemaal eens met An :)
    En qua flexibiliteit moet ik Thomas Poell gelijk geven: er wordt heel redelijk mee omgegaan in de praktijk en aangezien ik mezelf alle ellende en stress zelf aandoe heb ik niets te klagen als er dan toch rekening met me wordt gehouden.

    Bij Mediavergelijking was dat trouwens wel minder flexibel: puntenaftrek als het te laat wordt ingeleverd (geen idee hoe streng dat uiteindelijk was) en ook de ‘exact 300 woorden’-regel vond ik een beetje overdreven (zeker i.c.m. de tijdsdruk). Een goed betoog schrijven terwijl je de teksten niet zo goed hebt gelezen is trouwens wel degelijk mogelijk ;) Ikzelf kon bij het tentamen een hoop begrippen niet meer aan de juiste ‘inhoud’ koppelen of verwarde termen met andere termen. Had het tentamen graag gemaakt met aantekeningen erbij (vraag me af wat Rick Dolphijn daarvan vindt trouwens).

    Aan Frank Hakemulder: wellicht is het juist tijd om eens wat te doen aan de uitspraak, het idee en eventueel het gevoel dat de universiteit schools is ;) Wat voor soort onderzoek zouden we dan trouwens moeten houden en hoeveel tijd gaat het naar verwachting kosten?

    Wietse Zuidberg 30 Wietse
    {27.02.08 om 13:59}

    Als nu maatregelen getroffen, maatregelen zoals Ruud die signaleert, “regeltjes” om al die zware verantwoordelijkheid in goede banen te leiden dan zou ik zeggen dat we dat maar eens goed moeten evalueren, niet met wat meningen en gepruttel in de publieke sfeer, niet door ze maar weer af te schaffen als sommige studenten het niet leuk vinden of vinden passen bij hun volwassen-zijn, maar met een onderzoekje. Wie dat met me wil uitvoeren, stuur me een berichtje.

    Lijkt me leuk!

    31 Frank Hakemulder
    {29.02.08 om 10:22}

    Mooi, Wietse, en misschien Ruud, dan hebben we al bijna een onderzoeksteam. De vraag hoe we dit moeten onderzoeken (een “onderzoekje” klinkt wat te eenvoudig) is niet makkelijk te beantwoorden. We hebben daar ook zeker de hulp nodig van de opleidingscommissie. Ik denk dat zeker de meningen van studenten mee moeten wegen, maar ook of het zwakke, gemiddelde of uitmuntende studenten zijn (mijn indruk is dat het gemiddelde studenten zijn die er echt wat aan hebben). Maar wat we ook nodig hebben is informatie over het soort leesvragen: zijn het leesvragen die je echt aan het denken zetten, relatie leggen tussen de te lezen stof en de stof van een college eerder, of is het alleen maar om de kern te kunnen begrijpen van een artikel). Kortom, zat factoren die een rol zouden kunnen spelen. Mooi zou zijn als we een docent zo gek zouden kunnen krijgen om een experimentje met ons te doen. Van een grote groep studenten geeft hij/zij een derde geen leesopdrachten, een derde krijgt “denkopdrachten” en de rest krijgt leesvragen die de student helpen de kern te vatten. En dan de eindcijfers van de drie groepen vergelijken, met als controle variabele het gemiddelde cijfer van de studenten in de voorgaande colleges. Zou niet onaardig zijn denk ik als opzet. Iemand die een methodologisch probleem nog ziet hier? Meld het maar, dan kunnen we het aanpassen. Ik voorzie al een mooie publicatie in een peer reviewed journal, uiteraard met een aantal co-auteurs.

    32 Thomas Poell
    {29.02.08 om 12:55}

    Goed om te zien dat de problematiek nu wetenschappelijk benaderd wordt. Ik wil wel meewerken met een eventueel onderzoek, maar ik ga mijn studenten niet in verschillende testgroepen verdelen. Het lijkt mij geschikter om een aantal diepte-interviews met verschillende groepen studenten af te nemen. De door Frank voorgestelde onderzoeksopzet is naar mijn idee te sterk gericht op het eindcijfer dat wordt behaald. Wat tot nu toe veel te weinig in de discussie naar voren is gekomen, is de onderwijscultuur die wij in deze opleiding willen nastreven.

    Een groot deel van de opmerkingen die ik in deze discussie ben tegengekomen, draaien om de vraag of een student al dan niet met een voldoende de cursus kan afronden. Het zou erg jammer zijn als de universiteit een plek zou worden, waar een groot deel van de studenten 2 of 3 keer per blok een dag gaat zitten stampen om een voldoende voor een toets te kunnen halen. Ik ben bang dat dit nu al voor een belangrijk deel het geval is. Het is dan ook geen wonder dat veel studenten aan het einde van de BA niet over de noodzakelijke theoretische kennis en methodische vaardigheden beschikken.

    Waar we naar toe moeten is een cultuur waarin het normaal is dat studenten actief deelnemen aan werkcolleges en goed voorbereid de hoorcolleges volgen. Actieve deelname wordt ook op een toekomstige werkplek geëist. Het kan toch niet zo zijn dat wij studenten de boodschap meegeven: “kom maar wanneer je zin hebt.” Alleen door wekelijks de literatuur grondig door te door te nemen, hierover met medestudenten in debat te gaan en hierover te schrijven, gaat wetenschap en wetenschappelijke kennis echt leven. Pas dan wordt wetenschap meer dan stampen voor een tentamen en de cursussen halen. Als we studenten echt een goede opleiding willen geven, dan moeten we toch zorgen dat ze intensief met hun studie bezig zijn.

    Om dit te bereiken en daadwerkelijk een andere onderwijscultuur te bewerkstelligen, moet zeker in het eerste jaar van de BA de goede toon worden gezet. Op werkcolleges aanwezig zijn en actief meedoen hoort daarbij. Ik ben er dan ook beslist niet voor om de aanwezigheidsplicht in werkcolleges af te schaffen.

    Tom van de Wetering 33 Tom van de Wetering
    {29.02.08 om 13:11}

    Het lijkt mij geschikter om een aantal diepte interviews met verschillende groepen studenten af te nemen.

    Je was me voor: ik wilde net een kwalitatieve methode voorstellen. Het lijkt mij trouwens helemaal geen slecht idee om meerdere methoden te gebruiken. Bezigheden die meerdere doelen tegelijkertijd bereiken (in dit geval kennis over methoden en kennis over het nut van leesopdrachten) kunnen wat mij betreft niet vaak genoeg gebruikt worden. In het onderwijs mag dat best een paradigma zijn en kan dat nog veel vaker worden toegepast. Ik zal straks eens wat ‘best practices’ benoemen.

    Om dit te bereiken en daadwerkelijk een andere onderwijscultuur te bewerkstelligen, moet zeker in het eerste jaar van de BA de goede toon worden gezet.

    Dat heb ik inderdaad als een van de belangrijkste manco’s van CIW ervaren. Mijn eerstejaar was veel te gemakkelijk en vrijblijvend en daar ervaar ik nog steeds de gevolgen van. Gelukkig wordt er nu op vrij grote schaal wat aan gedaan!

    En binnenkort dus misschien nog met een wetenschappelijke grondslag ook.

    34 Karin van Es
    {29.02.08 om 15:35}

    Ook ik heb met veel interesse het debat hier de laatste tijd gevolgd, nu eindelijk even de mogelijkheid om er ook zelf een reactie op te geven. In 2003 ben ik begonnen aan CIW aan de UU en had hiervoor alleen nog maar op Amerikaanse en Internationale scholen gezeten. Een heel ander milieu dan het zesje mentaliteit dat ik hier tegen kwam. Cijfers hebben altijd een heel groot rol gespeeld in mijn onderwijs en we werden constant gedrukt op onze prestaties doormiddel van Honor Rolls, High Honor Rolls en zelfs op een school werd er per vak die je volgde je prestatie in vergelijking gesteld met je klasgenoten.

    Tijdens mijn BA ben ik een half jaar naar UW-Madison geweest en hier kwam ik weer dat competitieve tegen. Studenten waren zich ontzettend bewust van hun GPA (grade point average), toetsen werden doormiddel van een curve becijferd (dus in relatie tot je klasgenoten), zelfs graduate vakken hadden pop-quizes die over verplicht te lezen wekelijks literatuur ging (er waren er dan iets van 8 at random door de semester heen, en je mocht je twee laagste cijfers laten vallen). Als er een powerpoint was bij een hoorcollege werd deze ook niet beschikbaar gesteld omdat je maar aanwezig moest zijn. Tentamens aan het einde van de semester maakte ook hele specifieke verwijzingen naar hoorcolleges (welke film toonde wij als voorbeeld van ….). Bij alle werkcolleges was ook wel een aanwezigheidsplicht met lijsten die werden bijgehouden. Daarnaast hadden professoren office hours welke bij de studenten bekend was (ik ben alleen bekend bij ons met die van Frank Kessler en Frank Hakemulder, verder denk ik niet dat andere docenten dit doen). Overigens heb ik in dit opzicht ook wel een sterke mate van geluk gehad. Mijn BA en MA tutor zijn allebei mensen geweest die ambitie voor mij hebben getoond.

    Wat mij het meest greep in Amerika was toch wel de passie voor het vakgebied. Deze was er bij de docenten maar ook onder de studenten. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom die bij ons soms zo ontbreekt. Mijn hypothese: Amerikanen hebben een systeem van beloning die bij UU niet aanwezig is. Ik ben tegen aanwezigheidsplicht. Bij Filosofie vd ICT was een aanwezigheidsplicht bij hoorcolleges, ik heb ze uit pure frustratie overgeslagen. Er moet gewoon een betere beloningssysteem komen. Als ik mijn opdrachten doe moet dit uiteindelijk reflecteren in een participatie cijfer. Mijn eindcijfer mag wat mij betreft gewoon naast dat van mijn klasgenoten worden getoond, of (gezien privacy wetgeving) moet iig gemiddelde cijfers bekend worden gemaakt van vakken. Er moeten vakken zijn die alleen bestemd zijn voor studenten die er moeite in willen steken, een soort van honorsklassen.

    Echter, en hier wil ik nog wel even nadruk op leggen, moet dit allemaal wel transparant blijven en niet achter de gesloten deuren van het OGC.

    Dus, duidelijke doelstellingen en docenten kunnen ons als studenten daarbij begeleiden [doormiddel van opdrachten], en enthousiast voor maken [informatie over mogelijkheden en kansen voor IEDEREEN] maar hoeven ons dat niet op te drukken [aanwezigheidsplicht].

    35 Karin van Es
    {29.02.08 om 21:46}

    Ik heb het idee dat we het nu alleen over symptomen hebben van een veel groter probleem, namelijk het gebrek van interesse en motivatie [vanuit studenten en docenten]. Zelf kom ik uit een heel ander onderwijscultuur, namelijk het Amerikaanse systeem. Tijdens mijn BA ben ik ook nog eens een half jaar naar Amerika “gevlucht” om daar een semester te studeren. Mijn studiehouding is radicaal veranderd in Amerika, het begon weer te lijken op de Karin die 10 jaar geleden naar Nederland verhuisde. Dit kwam door het competitieve element dat in Nederland echt ontbreekt. Je wordt daar op je (gebrek aan) resultaten gewezen. Maar, en ik denk dat dit belangrijk is, presteren wordt beloond. Ook liepen daar studenten rond die zeiden “ik hou van studeren !” Ahhh, ze zijn daar echt gek!

    Aan een Amerikaanse universiteit zijn alle studenten bewust van hun GPA (grade point average) en de resultaten die ze behalen (cijfers worden overigens doormiddel van een curve, aan de hand van presetaties van mede-studenten) bepaald. Powerpoints worden niet online gezet, je moet maar gewoon komen en tentamens verwijzen naar expliciete voorbeelden uit colleges. Aanwezigheidsplicht is er dan niet echt, maar wel verplicht literatuur elke week, en gedurende een semester krijg je een stuk of 8 “pop quiz” momenten. Deze maken onderdeel uit van je eindcijfer (en je mag je
    twee laagste cijfers laten vallen). Zo word je beloond voor aanwezigheid.

    Docenten hebben zogehete Office Hours wat duidelijk aangegeven wordt. Twee uur per week houden ze een inloopspreekuur voor studenten. Op de UU weet ik alleen dat Frank Kessler en Frank Hakemulder deze hebben. Daarnaast was bij UW-Madison de bibliotheek 24/7 open. Daar is je studie is niet alleen studeren. Dankzij de Universiteit kan je ook meedoen aan talloze extra-curricular activities. Ik ben daarom ook heel blij met SV Contact, ik ben een erg voorstander van hun activiteiten en de “broederschap” die zij onder studenten weten te brengen.

    Ga dan toch in Amerika wonen? Nee, want toen ik terug kwam van mijn verblijf in Amerika was ik toch wel blij met de vrijheid die ik hier heb. Minder aanwezigheidsuren en minder mensen die zich over mijn studie buigenn. In de kroeg proosten op die 6,5 die ik voor Medialandschap heb weten binnen te slepen. In Amerika is het “all or nothing” en in Nederland is middelmatigheid. Middelmattigheid kan ik ook echt af en toe immens van genieten.

    Toch moet er wat veranderen, want we zijn hier wel heel erg in een “boieuh” mentaliteit terrecht gekomen. Als je het mij vraagt moet er een betere beloning systeem komen voor inzet. En nee, ik bedoel niet achter ” the iron curtain” van het OGC [waar "ze" overigens in het geheim onderzoek uitvoeren]. Dan nog even een kleine frustratiepunt: ik betreur dat je pas in de MA blootgesteld wordt aan het werk van je docenten en hun activiteiten als onderzoeker. In Amerika is er een hogere mate van integratie tussen deze “twee” mensen waardoor je als student onderdeel uitmaakt van een ongekende liefde voor het vakgebied.

    Maar om op de symptomen terug te komen: aanwezigheidsplicht, nee daar geloof ik niet in. Absurd. Je moet mensen niet verplichten aanwezig te zijn bij iets, daar moeten ze zelf voor kunnen kiezen. Leesopdrachten, super, dat is een manier om studenten te begeleiden in het ontwikkelen van hun academische vermogen. Maar vooral met zo’n vraag en antwoord situatie berust gewoon de kans dat er geen voldoening optreedt bij het trouw maken van deze opdrachten [tja op een langer termijn wel, maar wees eens eerlijk, daar kunnen we niet op wachten].

    Waar het allemaal op neerkomt, denk ik, en wat ik altijd moeilijk heb gevonden aan het studeren aan een Nederlandse universiteit, met Nederlandse studenten en docenten, is het gebrek aan expliciete passie. Het mooiste aan studeren is toch wel dat we keus hebben in wat we studeren. Jullie onderzoekers, mag ik hopen, hebben toch niet 4 jaar aan een onderwerp gezeten waar je totaal geen affiniteit me hebt? We hebben, oop ik dan,allemaal voor iets gekozen wat ons aanspreekt. Waaorm verbergen we dit? Waarom delen we dit niet? Waaorm dagen we elkaar niet uit?

    36 Twee toetsen tegelijk? | PubliekeSfeer.nl
    {03.03.08 om 14:45}

    [...] in Artikelen, Stellingen door Tom van de Wetering Momenteel wordt een uiterst interessante discussie over het nut van leesvragen gevoerd. Waar docenten de leesvragen als onmisbaar zien, weten [...]

    37 Marianne van den Boomen
    {05.03.08 om 23:21}

    Ik zie wel iets in het kwantitatieve onderzoeksvoorstel van Frank om in drie groepen te toetsen wat leesvragen nu uitmaken: 1 groep zonder leesvragen, 2 een groep met denk/debatvragen, en 3 een groep met kernvragen.
    Wel denk ik dat er wat methodologische wijzigingen nodig zijn om echt te pakken te krijgen waar het volgens mij om draait: weten waar die leesvragen voor dienen. Oftewel: elke groep wordt in tweeën gesplitst in een groep met-instructie en een controlegroep zonder-instructie. De met-instructiegroepen krijgen uitleg vooraf over het type leesvragen, wat het idee is, hoe ermee om te gaan, voorbeelden van goede en slonzige afhandeling, hoe te plannen etc, en deze groepen krijgen bovendien *feedback op hun voortgang elke week*. De controlegroepen-zonder-instructie krijgen alleen de ‘kale’ opdracht (resp. eigen planning en verantwoordelijkheid voor verwerking stof, met denk/debtavragen, of met kernvragen), maar verder geen instructie of feedback.
    En de uiteindelijke vergelijking tussen die 6 groepen moet niet gaan middels de eindcijfers maar via een vijfpuntsschaalvraag: heb je het idee dat je wat geleerd hebt deze cursus?

    Mijn hypotheses: het type leesvragen maakt niet uit, de aanwezigheid van leesvragen maakt niet uit; wat uitmaakt is de mate van instructie en feedback: alle drie de groepen met instructie en feedback zullen beter scoren dan de controlegroepen. Eventueel daarna nog te matchen met de eindcijfers.
    Wel een ingewikkeld onderzoek….

    38 Jasper
    {06.03.08 om 1:41}

    Geachte ciw’ers

    Een reactie. Thomas Poell schreef het volgende:

    Waar we naar toe moeten is een cultuur waarin het normaal is dat studenten actief deelnemen aan werkcolleges en goed voorbereid de hoorcolleges volgen. Actieve deelname wordt ook op een toekomstige werkplek geëist. Het kan toch niet zo zijn dat wij studenten de boodschap meegeven: “kom maar wanneer je zin hebt.” Alleen door wekelijks de literatuur grondig door te door te nemen, hierover met medestudenten in debat te gaan en hierover te schrijven, gaat wetenschap en wetenschappelijke kennis echt leven. Pas dan wordt wetenschap meer dan stampen voor een tentamen en de cursussen halen. Als we studenten echt een goede opleiding willen geven, dan moeten we toch zorgen dat ze intensief met hun studie bezig zijn.

    Een vergelijking met de mentaliteit in het buitenland (lees: de VS) werd gemaakt door Karin van Es, en ik kan niet anders dan vanuit mijn ervaring aan het University College Dublin (Rep. Ierland) haar observatie ondersteunen.

    Het probleem is momenteel echter niet ‘daar waar we naartoe moeten’, dat is het doel. En het probleem, wat ik hier grof generaliserend ‘de Nederlandse zesjescultuur’ noem, is niet te veranderen binnen een vak, laat staan binnen één studie. Net als Karin denk ik dat daarvoor een belonings-systeem op de lange termijn de juiste oplossing is. Dit is echter een beleidskwestie op universitair en ministerieel niveau.

    Wat zijn we dan nu aan het doen, als we het noch over de oplossing, noch over het probleem hebben?

    De verplichte werkcolleges en de leesvragen (of ze nu te makkelijk, te gericht, te reproducerend zijn) zijn ofwel tijdelijke noodverbanden om het slagingspercentage te verhogen, ofwel ingrijpende disciplinerende maatregelen waarmee de Nederlandse student niet bekend is. Mijn voorkeur gaat uit naar de tweede uitleg. Het is mijn opvatting dat het niet zozeer om de academische inhoud gaat, maar om het kweken van een gevoel van vanzelfsprekendheid van participatie.

    Hieraan ten grondslag liggen twee veronderstellingen. Ten eerste het idee dat er een inherente motivatie is bij de student, niet alleen om het vak te halen, maar ook om zich de stof meester te maken, om academisch te groeien.

    De tweede veronderstelling is dat de werkgroepen en leesvragen onderdeel uitmaken van een breder programma dat gericht is op het verhogen – niet van de inhoudelijke moeilijkheidsgraad – maar van de performatieve moeilijkheidsgraad van het eerste jaar CIW (of TFT, mijn eigen achtergrond).

    Helaas zijn beide veronderstellingen makkelijk onderuit te halen. Ik constateer, zowel bij mijn mede tft-ers uit mijn eigen jaar als bij mij huidige studenten (CIW en TFT) een gebrek aan interesse en dat wat Karin ‘passie’ noemt. Zeker TFT wordt beleefd als een pretstudie – een excuus voor vier jaar zuipen en feesten – en de toegangseisen en de studie-eisen in het eerste jaar versterkten die beleving.

    Mijn ervaring als student-assistent bij twee eerstejaarsvakken de laatste jaren leert mij daarnaast het volgende: Vanuit de faculteit of het departement MCW mis ik een gestructureerde visie op de opzet van het eerste jaar bij CIW en TFT: het lijkt alsof er geen keuze kan worden gemaakt tussen academische vaardigheden en inzicht enerzijds en inhoudelijke vakkennis anderzijds. Een visie op de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs, en wat de juiste manier is om Tweede Fase-studenten op de Universiteit te verwelkomen: met alleen hoorcolleges verlies je aandacht en werkcolleges worden als te ‘schools’ ervaren door studenten.

    Als dus beide veronderstellingen waarop een betekenisvol begrip van de werkgroepen, de leesvragen en de aanwezigheidsplicht gebaseerd zijn in de praktijk niet opgaan dan houden we niets anders over dan een werkvorm die tot veel frustraties leidt: Studenten voelen zich onderschat of genegeerd en verliezen motivatie. Voor docenten en student-assistenten wordt het vervolgens veel moeilijker om studenten nog te bereiken. Een bepaald type discipline moet worden afgedowngen zonder dat er een structurele achtergrond voor is. Zonder tekort te doen aan het enthousiasme en de inzet van docenten, en zonder studenten persoonlijk aan te spreken op een cultuur waar zij individueel niet verantwoordelijk voor zijn, kunnen we stellen dat de huidige situatie niet permanent werkbaar is. Zelfs als het zo zou zijn dat het slagingspercentage er (kunstmatig) door wordt opgekrikt.

    Als de werkgroepen, op een microniveau, werkend willen zijn zullen er twee veranderingen moeten worden bewerkstelligd. De eerste geldt een toetsing aan de poort op basis van motivatie. CIW en TFT (maar mogelijk geldt dit voor alle studies) moeten studies worden waar mensen studeren die een duidelijke ambitie (zij het professioneel of academisch) hebben om verder te groeien en om hun werk te maken van hun passie.

    De tweede verandering betreft een verandering in de opzet van de bachelor. Een opzet waarbij in het eerste jaar de nadruk ligt op een kennismaking met de wetenschappelijk discours en de academische vaardigheden van de Geesteswetenschappen. Met voor elk vak een vergelijkbare aanpak en cursusopzet. Daarna kan dan een inhoudelijke keuze en verdieping centraal komen te staan. Begrijpelijk voor en uitlegbaar aan kritische en intelligente studenten.

    Tot dergelijke veranderingen worden bewerkstelligd zullen de werkgroepen met verplichte aanwezigheid, en de leesvragen, niets anders zijn dan tijdelijke, moeilijk werkbare noodoplossingen. Of het korte termijnresultaat nu goed is of niet.

    Jasper Aalbers BA
    Student-Assistent Geschiedenis en Theorie van de Nieuwe Media en student Media Studies.

    Tom van de Wetering 39 Tom van de Wetering
    {07.03.08 om 23:54}

    Een heldere analyse van het probleem, Jasper. Wel ben ik benieuwd wat anderen van je oordeel vinden, want de situatie die je schetst biedt wel erg weinig hoop. Ik ben het met je eens dat we de zesjescultuur niet moeten bagatelliseren, maar zijn de paardenmiddelen die je voorstelt echt de enige oplossingen? Ze spreken mij echter wel aan.

    De eerste geldt een toetsing aan de poort op basis van motivatie.

    Hier moet zeker over nagedacht worden, maar helaas kan dat alleen op hele grote schaal (wat veel tijd kost). Het levert wel een andere vraag op: waarom word je tijdens het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs eigenlijk niet voorbereid op wetenschappelijk onderwijs? En dan heb ik het niet zozeer over inhoudelijke voorbereidingen, daarvoor is al genoeg aandacht, maar over meer pragmatische voorbereidingen. Voorlichting over Universiteiten gebeurt nu nog primair vanuit die Universiteiten zelf, waarbij de nadruk ligt op weer die inhoudelijke aspecten. Waarom is de allereerste academische tekst die scholieren voor hun ogen krijgen de eerste tekst tijdens Inleiding CIW (of Inleiding Psychologie, Inleiding Kartografie enz.)?

    Aardig dat het Voorbereidend WO heet, maar hoe kun je je gericht ergens op voorbereiden waarvan je niet weet hoe het eruit ziet? Zelf ging ik in 2004 nog twijfelen aan mijn keuze voor CIW omdat mijn tutor op het VWO deze te gemakkelijke studie afraadde en de voorlichtingsbijeenkomst ook wel erg veel op een klokhuisaflevering over smsjes, computergames en msn leek. Is het dan gek dat scholieren met hele andere verwachtingen hun eerste studentenjaar ingaan?

    Dat An, Sebastiaan en Kim plannen hebben gemaakt de middelbare scholen op deze gebrekkige aansluiting te wijzen, met taal als specifiek thema, lijkt mij dan ook een oplossing die beter op zoek gaat naar de kern van het probleem dan het voorstel dat Jasper doet. Al is een combinatie misschien nog wel het beste, want studenten die goed voorbereid zijn op hun studententijd zullen ongetwijfeld een beter gemotiveerde keuze kunnen maken.

    De tweede verandering betreft een verandering in de opzet van de bachelor. Een opzet waarbij in het eerste jaar de nadruk ligt op een kennismaking met de wetenschappelijk discours en de academische vaardigheden van de Geesteswetenschappen.

    Deze oplossing zal net zoveel moeilijkheden krijgen bij de invoering ervan, maar bevat een creatief uitgangspunt! Als ik het goed interpreteer stel je eigenlijk voor dat alle opleidingen van Geesteswetenschappen dezelfde invulling aan hun eerste jaar gaan geven. Een Studium Generale van één jaar!

    Na twee cursussen wetenschapsfilosofie, waarvan een bij CIW en een bij TCS, weet ik dat academische basiskennis essentieel is voor een goed fundament van de studie. Ik kan het dus eigenlijk alleen maar helemaal met je eens zijn wanneer we spreken over het nut ervan. Zeker bij een jonge studie als CIW, zonder afgebakend canon, is het onmogelijk om als eerstejaars grip op academische grondslagen te krijgen als je vooral op specialistische kennis getoetst wordt. En dat is jammer, want die academische grondslagen zijn juist zo inspirerend.

    Maar hoe krijgen wij al die opleidingen van Geesteswetenschappen zover hetzelfde eerstejaarscurriculum aan te bieden? Ik denk niet dat dat gaat, maar gelukkig wordt er momenteel in ieder geval al over het afstemmen van het eerstejaar van CIW en TFT gesproken. Met aandacht voor academische basisvaardigheden, ook dat nog.

    40 Jasper
    {08.03.08 om 0:43}

    Beste Tom,

    Twee aanvullingen.

    Ten eerste, mogelijk door mijn formulering, is er blijkbaar verwarring ontstaan over wat ik bedoelde met een ‘ een vergelijkbare aanpak en cursusopzet’ voor elk vak. Hiermee bedoelde ik: ‘elke cursus’. Individuele opleidingen kunnen mijns inziens nog best (gedeeltelijk) hun stempel drukken op de inhoud van het eerste jaar. Ik zou voor een aanpak zijn waarbij: 1) elke cursus bestaat uit hoor- en werkcolleges, en 2) elke opleiding hetzelfde eerstejaarspakket biedt, maar waarbij de werkcolleges naar cursus-richting worden ingericht. Dus iedereen krijgt (bijvoorbeeld) Geschiedenis van het Medialandschap, maar de werkgroepen (en dus de nadruk in de individuele benadring van het vak) heeft nog het vakstempel. Een vak als GTNM, of Filmgeschiedenis (mijn tft-achtergrond speelt op) hoort echter in het tweede jaar thuis, waarbij het dan ook meer kan zijn dan reproduceren.

    Ten tweede: natuurlijk zijn mijn ‘oplossingen’ waanzinnig ambitieus. Ik zag echter in deze discussie de kans om, nav de discussie over GTNM, een meer algemene mening over de BA opzet te ventileren. Nu ik aan het afstuderen ben krijg ik steeds meer inzicht in wat er goed was aan mij studie (heel veel) en wat er voor verbetering vatbaar is (relevant veel). Echter: minder ingrijpende veranderingen ‘in de geest van Jasper’ :-D zouden al een hele verbetering zijn. Hoe hoger je inzet, hoe hoger het compromis kan worden.

    Het is mijn bedoeling voor mijn afstuderen een open brief aan het bestuur van MCW en de Faculteit Geesteswetenschappen te publiceren met een meer volledige en precieze duiding van mijn bevindingen. Graag profiteer ik in deze van jullie feedback en meningen.

    Groet,

    Jasper

    Reageer hier