De grote hoorcollege-enquete
Vorig jaar is, zoals jullie wellicht weten, een min of meer CIW-brede enquete afgenomen rond het verschijnsel hoorcolleges. Aanleiding daartoe was dat bij praktisch elke cursusevaluatie de hoorcolleges als ‘minst leerzame onderdeel’ van de cursus werd geëvalueerd. Van de opmerkingen daarbij konden wij als opleidingscommissie echter zelden chocola maken, aangezien die vaak intern tegenstrijdig waren, bijvoorbeeld: ‘de HC’s voegden niks toe aan de literatuur’ vs. ‘de HC’s hadden te weinig raakvlak met de stof’.
De OC CIW vroeg zich af wat studenten nu eigenlijk in het algemeen verwachten van een hoorcollege, en of dat overeenkwam met wat docenten beogen het hun hoorcolleges. Als dat heel erg uit elkaar zou liggen zou er in ieder geval iets moeten gebeuren aan de communicatie over het doel van hoorcolleges. Ook wilde de OC weten in welke mate hoorcolleges in het algemeen al dan niet voldoen aan de verwachtingen van studenten, en dezelfde vragen voorleggen aan docenten (aangezien er ook van die kant een verschil kan zijn tussen wat je idealiter zou willen, en waar je in de praktijk toe gedwongen ziet).
Uiteindelijk zijn er 279 enquetes ingevuld door studenten, tijdens de hoorcolleges van de cursussen Geschiedenis en Theorie Nieuwe Media en Filosofie van Media en Communicatie (64% CIW, 28% TFT, 8% anders). Van deze studenten was 37% eerstejaars. De docentenversie van de enquete is uitgegaan naar alle CIW docenten (zowel van MCW als Nederlands), en daarvan kwamen er 15 terug (12 MCW en 3 Nederlands).
De enquete-vragen bestonden, op een paar open vragen na, uit 5-punts vragen. Van de vragen gingen er 9 over redenen om naar hoorcollege te gaan, 6 over redenen om niet te gaan, 14 over hoe hoorcolleges in de praktijk worden ervaren, en 14 over wat men verwacht/ wenst van een goed hoorcollege. De docentenversie bestond uit 16 vergelijkbare vragen, ook in twee versies: de ene over de ideale situatie en de andere over hoe het in de prakrijk uitpakt. Hieronder de belangrijkste resultaten.
Het overgrote merendeel van de studenten (75%) heeft het liefst cursussen met een combinatie van hoorcolleges en werkcolleges. 10% heeft een voorkeur voor alleen werkcolleges, en 12% voor alleen hoorcolleges. Hier was overigens sprake van een verschil tussen eerste- en ouderejaars: van de eerstejaars wilde slechts 3% alleen werkcolleges terwijl 15% de voorkeur gaf aan alleen hoorcolleges.
Ook de docenten hadden een sterke voorkeur voor cursussen met hoorcollege en werkcollege, al tekenen de meesten daarbij aan dat sterk afhangt van het doel, de inhoud en de plaats in het curriculum van de cursus – voor sommige cursussen is alleen HC’s, of alleen werkcolleges de meest geëigende vorm.
Redenen om naar hoorcollege te gaan waren vooral (>3): noodzakelijk om de cursus te kunnen halen, interesse in onderwerp, stof niet gelezen, verdieping, duidelijke meerwaarde. Nauwelijks een reden om te gaan (<3) waren: aanwezigheidverplichting, passief willen luisteren, vragen over de stof, vrienden zien.
Redenen om niet te gaan waren vooral (>3): andere dingen te doen, en slechte sprekers. Nauwelijks een reden om niet te gaan (<3) waren: voegt te weinig toe aan stof, niet nodig om de cursus te halen, saai/schools, zaalrumoer.
Overigens waren er een aantal kleine, maar wel telkens in dezelfde richting wijzende verschillen tussen CIW’ers en niet-CIW’ers: CIW’ers gaan net iets minder vaak naar hoorcolleges omdat het onderwerp ze interesseert, en net iets vaker omdat ze de stof niet hebben gelezen. CIW’ers geven ook vaker dan andere studenten als reden om niet te gaan dat ze iets anders te doen hebben, HC’s weinig toevoegen, saai en schools zijn en dat slechte sprekers hun concentratie bemoeilijken.
Studenten verwachten/wensen van een goed hoorcollege vooral (>4): uitleg van de stof, een onderhoudende performance, een ondersteunende powerpoint (liefst vooraf beschikbaar), een overzicht van te lezen stof, verdieping en achtergrond, praktijkvoorbeelden, lijn binnen de cursus, info over opdrachten en deadlines. De studenten verwachten in minder mate (<3) van een hoorcollege: interactie, en relaties met andere cursussen. CIW’ers vertonen wederom kleine maar systematische verschillen: CIW’ers wensen net iets vaker uitleg en overzicht, en vinden relaties met andere cursussen iets minder belangrijk dan andere studenten.
Volgens de studenten scoren de hoorcolleges in de praktijk minder op al bovengenoemde punten, maar het gemiddelde verschil was nooit groter dan 0.8. De sterkste verschillen (>0.5) tussen gewenst en gekregen betroffen de aspecten: onderhoudende performance, praktijkvoorbeelden, lijn in de cursus, relaties met andere cursussen, en interactie. In iets mindere mate (>0.3) waren er verschillen tussen gewenste en gekregen wat betreft: uitleg stof, en verdieping. CIW’ers misten vaker praktijkvoorbeelden dan andere studenten.
Gelegd naast de verwachtingen cq bedoelingen van docenten tekent zich het volgende beeld af. Docenten wensen cq beogen met hoorcolleges vooral (>3.5): verdiepende extra informatie, een lijn in de cursus, een relatie met andere cursussen, een ondersteunende powerpoint, praktijkvoorbeelden, en mogelijkheid tot vragen beantwoorden. Minder belangrijk (<3.5) vonden zij: uitleg van gelezen stof, voorbereiding op te lezen stof, informatie over opdrachten. Ook docenten ervoeren verschillen tussen ideaal en praktijk: in de praktijk bestonden hun hoorcolleges vaker dan ze lief was (>0.5) uit uitleg van de stof, voorbereiding op te lezen stof, en informatie over opdrachten, en bevatten deze minder vaak dan zij wensten verdieping, een rode draad binnen de cursus, een link naar andere cursussen, en vragen beantwoorden.
Hoewel het geringe aantal ingevulde docentenenquetes noopt tot voorzichtigheid bij de interpretatie, is uit deze resultaten op de te maken dat docenten en studenten enerzijds vergelijkbare verwachtingen hebben van een goed hoorcollege, voor zover het gaat over het belang van verdieping en parktijkvoorbeelden. Een ondersteunende powerpoint wordt zowel door studenten als docenten belangrijk gezien, zij het dat docenten daar iets minder aan hechten dan studenten. Het grootste verschil zit ‘m echter in het belang dat al dan niet wordt gehecht aan uitleggen van de stof (gelezen dan wel ongelezen): docenten vinden dat beduidend minder belangrijk dan studenten, maar zien zich in de praktijk genoodzaakt om dat veel meer te doen dan zij eigenlijk willen. De studenten vinden dat echter juist wel belangrijk, en zouden dat dan ook veel meer willen.
Een ander opvallend verschil is dat studenten relaties met andere cursussen beduidend minder belangrijk vinden dan docenten, maar dat beide partijen vinden dat dat er in de praktijk minder van komt.



0 comments
Start de discussie door het formulier in te vullen.
Reageer hier